Bijzondere mijlpaal: 1000ste ECMO-behandeling in Erasmus MC

Laatst gewijzigd: 28 november 2025 | Leestijd: 3 minuten

In het Erasmus MC in Rotterdam is onlangs de 1000ste ECMO-behandeling gegeven. Een bijzondere mijlpaal. De behandeling werd in 1992 geïntroduceerd in Nederland om onder andere de overlevingskans van baby’s met een CHD te vergroten. Sindsdien zijn daardoor veel levens van ernstig zieke kinderen gered.

Tijdens een ECMO-behandeling (Extra Corporele Membraan Oxygenatie) neemt een machine een deel van de functie van het hart en/of de longen tijdelijk over. Er wordt bloed uit het lichaam gepompt, in de machine zuurstofrijk gemaakt en vervolgens terug in het lichaam gebracht.

ECMO-behandeling

De behandeling geeft het lichaam de kans om te herstellen en kan onder meer voor kinderen met een CHD levensreddend zijn. In beide Nederlandse CHD-expertisecentra (Radboudumc in Nijmegen en Erasmus MC in Rotterdam) worden jaarlijks zo’n 20 kinderen met een CHD geboren. Op dit moment hebben ongeveer 3 van die 20 kinderen de hart-longmachine nodig. Zo’n 40 procent van de kinderen die een ECMO-behandeling krijgt, overleeft de CHD.

“Die kinderen hadden het zonder ECMO niet gered”, vertelt emeritus hoogleraar Dick Tibboel (foto). “Tegelijkertijd: als je kijkt naar alle ernstig zieke kinderen die een ECMO-behandeling krijgen, zien we bij de baby’s met een CHD de minste verbetering in de overlevingskansen. Zij vormen dan ook de meest gecompliceerde groep.”

Verbetering CHD-zorg

Tibboel heeft de afgelopen decennia als hoofd van de Kinder IC van het Erasmus MC een cruciale rol gespeeld in de verbetering van de internationale CHD-zorg. In dat kader werd in 1992 ook begonnen met de ECMO-behandelingen, die toen alleen in de Verenigde Staten werden gegeven. “De eerste keer was natuurlijk ook voor ons als artsen ontzettend bijzonder”, zegt Tibboel. “Je ziet tijdens de behandeling het leven terugkeren: een patiëntje dat blauw gekleurd is, wordt weer roze.”

Begin jaren 90 overleed nog de helft van de CHD-patiënten (tegenwoordig 20 à 25 procent). ECMO werd gezien als dé oplossing voor CHD, vertelde Tibboel al eens in dit interview. Dat blijkt niet zo te zijn. Wel heeft het de overlevingskansen dus flink verhoogd. Daar komt bij dat de artsen in de CHD-expertisecentra er steeds beter in geworden zijn. “Die verbetering zit vooral in de manier waarop je reageert bij onverwachte omstandigheden tijdens de behandeling”, legt Tibboel uit. “Door alle ervaringen die we hebben opgedaan, weten we nu in veel meer situaties wat een goede reactie is.”

Bovendien is de behandeling tegenwoordig minder vaak nodig dan voorheen dankzij andere behandelverbeteringen. Vooral baby’s met pulmonale hypertensie (te hoge bloeddruk in de bloedvaten van de longen) hebben nu nog een ECMO-behandeling nodig. “Waar in het verleden 5 van de 20 kinderen met een CHD aan de ECMO moesten, is dat nu 3 op de 20”, zegt Tibboel. “Dat komt vooral, doordat we de pulmonale hypertensie beter kunnen behandelen met beademing en medicatie. Het betekent wel dat de kinderen die aan de ECMO moeten, nog wat zieker zijn. Ze vormen het topje van een negatieve ijsberg.”

Impact op ouders

Er zitten dus veel positieve aspecten aan de ECMO-behandeling. Tegelijkertijd is het voor ouders ontzettend ingrijpend dat hun pasgeboren kind aan de hart-longmachine moet liggen. De ECMO-behandeling is vaak het laatste redmiddel. Iedere ouder hoopt daarom dat het niet nodig zal zijn. Moeders Nikki en Nelisa deelden voor dit verhaal al eens hun ervaringen met een ECMO-behandeling.

“Ouders komen in een doodsangst”, zegt Tibboel. “Dat maakt een ECMO-behandeling vaak een traumatische ervaring. Wel scheelt het dat tegenwoordig 80 procent van de CHD-gevallen voor de geboorte bekend is. We kunnen daardoor de bevalling plannen in een expertisecentra en van tevoren uitleg geven en alles laten zien. Daardoor zijn ouders toch wat beter voorbereid op wat ze eventueel te wachten staat.”

Steun PlatformCHD

Deel deze pagina