Professor Tibboel maakt zich zorgen om CHD-onderzoek: ‘Het schiet niet op zo’

Laatst gewijzigd: 13 februari 2026 | Leestijd: 5 minuten

Professor em. Dick Tibboel maakt zich zorgen over de huidige staat van het onderzoek naar CHD. Volgens de voormalig kinderarts gaat het veel te traag door een gebrek aan internationale samenwerking en de huidige opzet van onderzoeken. Bovendien is de Europese privacywetgeving funest voor het delen van gegevens en patiëntmateriaal.

Het is de grootste doodsoorzaak onder baby’s met een CHD: pulmonale hypertensie. Daarbij is de weerstand in de longvaten (veel) te hoog, waardoor het pasgeboren kind overlijdt. “Dit is dus hét volgende grote CHD-onderwerp waar goed onderzoek naar moet worden gedaan”, zegt Dick Tibboel. “Maar er is niemand die de kar echt trekt. En daar baal ik van. Want nog altijd overlijdt één op de vier baby’s met een CHD. Dat mogen we niet accepteren.”

Verbetering CHD-zorg

Tibboel heeft als professor en kinderarts op de IC van het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam de afgelopen decennia een centrale rol gespeeld in de verbetering van de CHD-zorg, onder meer door een groot onderzoek naar de beademingsmethode te leiden en standaardisatie van de behandeling in Europa te realiseren. Mede daardoor overleeft nu 75 procent van de kinderen met een CHD in plaats 50 procent.

Sinds 2022 is Tibboel weliswaar met pensioen, de zeldzame ernstige aangeboren aandoening laat hem niet los. Hij beweegt zich als emeritus hoogleraar nog altijd in het onderzoeksveld van CHD. Tibboel constateert nu dat niemand in de wereld de leiding neemt naar het onderzoek naar pulmonale hypertensie, het derde onderwerp waar een grote kans ligt om de overlevingskansen van baby’s met een CHD te verbeteren, na de beademingsstudie en de FETO-behandeling van professor Jan Deprest uit Leuven.

Pulmonale hypertensie: grootste doodsoorzaak

Bij de kinderen die overlijden als gevolg van een CHD — 25 procent dus — is er bij zeven op de tien (!) sprake van pulmonale hypertensie. De ernst daarvan verschilt enorm. Tibboel: “Er worden wel medicijnen voor gebruikt, maar die zijn formeel niet goedgekeurd. Er is namelijk nog geen waterdicht wetenschappelijk bewijs voor. Ze worden dus zogenaamd ‘off-label’ toegepast.”

En dat bewijs is op dit moment moeilijk te verkrijgen, concludeert Tibboel. En dat heeft in zijn ogen met drie zaken te maken. Ten eerste: het gebrek aan internationale samenwerking. “Je hebt ongeveer driehonderd baby’s nodig voor een goede studie, anders kunnen je uitkomsten op toeval berusten. In Nederland worden er dertig à veertig kinderen per jaar met een CHD geboren. Dan doe je er zo’n vijftien jaar over om het effect van één middel te onderzoeken. Al die tijd kun je geen andere studie doen, want anders kun je het effect van dat ene middel niet meten. Daarom is internationale samenwerking tussen CHD-expertisecentra de enige manier om snel onderzoeksvragen te beantwoorden. Alleen wordt er nu veel te veel lokaal gedaan.”

Oproep: meer samenwerking & andere onderzoeksmethode

Daarom heeft Tibboel vorig jaar tijdens het CHD-congres in Lille een oproep gedaan om weer meer samen te werken. Hij heeft daarbij direct een nieuwe onderzoeksmethode voorgesteld. Want de huidige, traditionele methode heeft eveneens een vertragend effect. “De kleine aantallen spelen ook hierbij een rol. In de traditionele methode moet je 50 procent van de groep een middel of behandeling geven en de andere 50 procent niet. Zijn de uitkomsten van de eerste groep beter, dan heb je het effect van dat ene middel aangetoond.”

Door de kleine aantallen duurt het ook bij internationale samenwerking jaren voordat er een conclusie getrokken kan worden. Om meer snelheid te maken is Tibboel gaan grasduinen in wetenschappelijke literatuur en heeft hij onderzocht hoe er onderzoek wordt gedaan naar zeldzame vormen van kanker. “In de oncologie hebben ze daar al stappen in gezet door verschillende behandelingen naast elkaar te onderzoeken”, vertelt Tibboel. “Onder een algemene kapstok, een zogeheten masterprotocol, hang je dan verschillende medicijncombinaties. Dat kunnen er wel tien zijn. Op basis van kenmerken van de patiënt wordt bepaald welke combinatie wordt gegeven.”

Sneller nieuwe kennis toepassen

Zo’n opzet (met een deftig woord: Platform Based Adaptive Trial Design) is alleen wel een grote wetenschappelijke uitdaging. “Het vraagt om internationale samenwerking, goede doordachte combinaties van medicatie en een ervaren bio-statisticus, die het geweten vormt van de onderzoekers en aangeeft wanneer er conclusies getrokken kunnen worden. Er komt namelijk ingewikkelde statistiek bij kijken. Maar in zo’n opzet kun je sneller nieuwe kennis toepassen in de behandeling en de onderzoektijd verkorten. De moraal van mijn verhaal is dus vooral: houd op met lokale studies en houd op met één ding tegelijk onderzoeken. Want het schiet niet op zo.”

Europese wetgeving belemmert wereldwijde samenwerking

En dan is er nog een derde probleem binnen het CHD-onderzoeksveld: de nieuwe Europese privacywetgeving. Die maakt onderzoek naar zeldzame aandoeningen ‘vrijwel onmogelijk’, stelt Tibboel. “Voor onderzoek verzamelen we al jaren DNA van kinderen met een CHD. Alleen mogen we door de privacywetgeving dat materiaal nu niet zo maar delen met Amerikaanse onderzoekers. En, belangrijker nog, we moeten nu alle ouders expliciet om toestemming vragen als we het DNA willen gebruiken in een nieuw onderzoek en technieken die eerder niet ontwikkeld waren. Dat is funest. We zouden dan honderden mensen telkens weer om toestemming moeten vragen, onder wie mensen die hun kindje hebben verloren. Dat kan en wil je niet.”

De impact van de wetgeving is nu al voelbaar. “Er loopt op dit moment een grote studie naar de genetische oorzaken van een CHD in de Verenigde Staten en Canada, de DHREAMS Studie. Zij willen graag ons materiaal gebruiken, maar dat is onmogelijk. Een collega trok al de conclusie dat we al het materiaal dat we hebben verzameld wel weg kunnen gooien. En hoe ethisch is dat?”

Oproep

Om het CHD-onderzoek weer een impuls te geven, doet Tibboel tot slot een oproep. “Het is cruciaal om in internationaal verband weer samen te gaan werken, de onderzoeksmethode onder de loep te nemen en het probleem van de privacywetgeving aan te kaarten. Daarvoor moet iemand nu naar voren stappen. Ik hoop dat, dat gebeurt.”

Steun PlatformCHD

Deel deze pagina