Freek: een sterke jongeman met een missie
Laatst gewijzigd: 9 juli 2026 | Leestijd: 5 minuten
Freek Luijkx (20) werd geboren met een CHD. Na het moeizame begin van zijn leven is hij nu een sterke, sportieve jongeman. Binnenkort start de Brabander aan een nieuw, bijzonder hoofdstuk in zijn leven.
Hij is na drieënhalf jaar versneld klaar met zijn mbo-opleiding tot verpleegkundige. Nu kan het grote avontuur beginnen: Freek gaat het leger in. Hij wordt de komende jaren opgeleid tot militair verpleegkundige. “Ik heb er heel veel zin in”, vertelt hij vlak voor de start. “Van jongs af aan heb ik opgekeken naar het leger, Dat komt misschien ook, omdat er in mijn omgeving een paar mensen bij Defensie zitten.”
Halve marathon
In voorbereiding op zijn entree is Freek nog meer gaan sporten. Naast het fitnessen probeert hij één keer in de week op de racefiets te zitten en voetbalt hij twee keer in de week. Bovendien is hij gestart met hardlopen. Na de 5 kilometer in Breda is hij half oktober ook over de finish gekomen bij de halve marathon van Antwerpen. “Eerst wilde ik de 10 kilometer in Antwerpen lopen, maar die zat al vol. Dan maar de halve marathon, dacht ik. Voor Defensie moet ik toch een goede conditie hebben.”
Freek (20) is een sterke, sportieve jongeman. Zoals er zoveel zijn. Alleen was het bij zijn geboorte geen vaststaand gegeven dat hij dat ooit zou worden. Op 21 april 2005 werd Freek thuis geboren, op de aardappelboerderij in Langeweg, een gehucht vlak bij Breda. Voor de bevalling was niet bekend dat hij een CHD had. “Ik liep heel snel blauw aan en huilde helemaal niet.”
Met de ambulance gingen ze naar het ziekenhuis in Breda waar ze al snel werden doorverwezen naar het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam, één van de twee CHD-expertisecentra in Nederland. Freek moest aan de ECMO en na vier dagen kon hij geopereerd worden. Na zo’n twee maanden mocht hij met zijn ouders naar huis. “Dat ging in het begin nog niet helemaal goed, heeft mijn moeder weleens verteld. Ik moest veel huilen, waarschijnlijk omdat ik van de medicatie moest afkicken.”
Jongensgezin
Hij moest daarna nog één keer worden opgenomen in het ziekenhuis, maar ontwikkelde zich verder goed in de jaren daarna en groeide op in een echt jongensgezin. Met zijn twee oudere broers, Bram (27) en Niek (24), speelde hij veel buiten en werd er vaak tot laat in de avond gevoetbald. “Het voelde altijd wel alsof ze iets voorzichtiger met mij waren, maar ik weet niet of dat met de CHD te maken heeft. Mijn broers en ik hebben eigenlijk nooit echt met elkaar gesproken hoe zij mijn geboorte en die periode hebben ervaren.”
“Zelf kan ik mij eigenlijk alleen nog goed herinneren dat we regelmatig op controle gingen in het ziekenhuis in Rotterdam, totdat ik 18 jaar oud was. Dan moest ik een longfunctietest doen en werd er bijvoorbeeld een echo gemaakt. Dat vond ik eigenlijk wel leuk. Dan kon ik weer laten zien dat het goed met mij ging en ik nergens last van had.”
Basisschool
Hij had wat dat betreft een vrij onbezorgde jeugd. Alleen zijn basisschoolperiode was wat onrustig. Drie keer wisselde hij van school. Dat kwam door de verhuizing naar Zevenbergen na de scheiding van zijn ouders. Ook zat hij drie jaar op het speciaal onderwijs. “Ik had wat moeite met concentreren en had veel herhaling nodig om de stof eigen te maken. Op het speciaal onderwijs ging dat veel beter. Ik heb school altijd heel leuk gevonden. Niet per se het leren, maar wel het feit dat je de hele tijd met vrienden leuke dingen doet.”
Dat hij werd geboren met een CHD had daarbij nauwelijks impact. “In de zomer, als het heel warm was, werd ik soms tijdens het voetballen wat sneller benauwd en moest ik Ventolin gebruiken. Maar dat was vanaf mijn 12de wel voorbij. En tijdens het zwemmen was mijn litteken natuurlijk zichtbaar. Daar werd door sommige mensen weleens wat apart naar gekeken. Maar de CHD heeft mij eigenlijk nooit belemmerd.”
Carrièrekeuze
Wél had het invloed op keuzes die hij heeft gemaakt, vertelt hij. “Doordat ik elk jaar in het ziekenhuis kwam, kreeg ik veel respect voor de mensen die daar werken. Vroeger wilde ik daarom kinderarts worden.” Dat is het niet geworden, maar hij is wel in de zorg beland. “Ik vond veel beroepen leuk, van berger tot bakker. Maar uiteindelijk vond ik de combinatie van het menselijk lichaam en mensen proberen beter te maken het meest interessant.”
Tijdens zijn opleiding ontdekte hij allerlei branches binnen de zorg, maar uiteindelijk is het dus het leger geworden. “Bij Defensie komt er nog bij dat je het echt samen doet, als team. Dat vind ik gaaf. Het enige wat ik even spannend vond, waren de medische keuringen, toch vanwege de CHD waarmee ik ben geboren. Daardoor staat mijn borstkas wat scheef en ze zeggen dat ik in feite een andere ontwikkeling van de linkerlong heb. Maar ze vonden het geen probleem.”
En dus droomt Freek nu van het ultieme doel voor iedere beroepsmilitair: op missie. “Want daar train je toch al die jaren voor. Het lijkt mij heel mooi om ooit naar het buitenland te mogen en daar mensen te kunnen helpen.”
