‘Ik voelde mij als een vis in het water bij Defensie’

Laatst gewijzigd: 28 november 2025 | Leestijd: 7 minuten

Doordat de zorg voor baby’s met CHD vroeger nog niet zo ontwikkeld was als nu, overleefden weinig kinderen het die geboren werden met de zeldzame aandoening. Een (wat) oudere CHD-patiënt die het gelukkig overleefde is Gerdien Haanschoten (44) uit Scherpenzeel. Ze vertelt over haar turbulente en avontuurlijke leven.

Ze verbleef tijdens de oorlog in Bosnië en Herzegovina op een grote uitvalsbasis in Kroatië. Daarna bivakkeerde ze in het zuiden van Turkije aan het begin van de Irakoorlog. En ze werkte op een grote Amerikaanse legerbasis in Irak, gedurende de val van dictator Saddam Hussein. Gerdien Haanschoten mocht tussen 2000 en 2004 drie keer op uitzending als Korporaal Geneeskundig Verzorger bij de medische dienst van de Koninklijke Luchtmacht.

Het is de mooiste periode uit haar leven. “Militair zijn, het zit in je genen”, vertelt ze. “Mijn vader was marinier. Toen ik het leger inging, voelde ik me direct als een vis in het water. Het was een geweldige tijd. Dat heeft er ook mee te maken dat ik zelf niet met zwaargewonden of omgekomen mensen in aanraking kwam. Collega’s in het militair veldhospitaal hadden daar meer mee te maken.”

Afscheid

Met weemoed denkt ze weleens terug aan die tijd. “Mentaal gezien paste het leger helemaal bij mij, alleen lichamelijk niet. Eigenlijk had ik nooit het leger in gemogen.” Dat heeft te maken met haar CHD. “Toen mijn contract bij de Luchtmacht afliep en ik solliciteerde bij de Marechaussee, zag de arts bij de keuring mijn litteken en vroeg hij naar mijn medische verleden. Tien minuten later stond ik buiten: afgewezen. Mijn lichaam zit anders in elkaar, waardoor het niet geschikt is voor zwaar fysiek werk.”

Achteraf geeft ze de arts groot gelijk. “Ik trainde met zware gewichten, heb boks lessen gevolgd en we deden oefeningen met het tillen van patiënten op een brancard. Zulke zware belastingen waren niet goed voor mijn lijf. De uitzendingen zijn ook een enorme gok geweest. Als ik in Irak wat had gekregen, was het een heel gedoe geweest voor de mensen daar om uit te vinden hoe mijn lichaam in elkaar zit, want veel van de organen zitten op een andere plek dan normaal is.”

Gevormd door Defensie

Toch heeft Gerdien veel moeite gehad met de afwijzing. “Het betekende dat ik moest stoppen met iets wat ik heel graag deed. En dat ik geen militair meer was. Daarom wilde ik in eerste instantie niet luisteren. Ik heb ook anderhalf jaar lang het gevoel gehad dat ik in mijn ondergoed liep, zo zonder uniform. Defensie heeft mij gevormd als mens. Daar loop ik nog steeds weleens tegenaan. Vooral omdat ik te hard voor mezelf kan zijn. Als militair ga je door waar anderen stoppen. Van mijn vader leerde ik al: als je helemaal stukgaat, heb je nog 30 procent over. Voor een gezond lijf klopt dat misschien, maar niet voor mijn lichaam.”

CHD

Gerdien werd in 1981 geboren in het Diaconessenziekenhuis in Utrecht. Snel werd duidelijk dat er iets mis was met haar ademhaling. “Ik werd helemaal blauw.” Vervolgens belandde ze via het Wilhelmina kinderziekenhuis in Utrecht  in het Erasmus MC in Rotterdam, waar meer kennis was over CHD. Er volgden twee operaties. “Bij de eerste hebben ze mijn middenrif gedicht, bij de tweede is de boel in mijn buik een beetje gefatsoeneerd.”

Na een halfjaar kon ze naar huis. “Ik weet van mijn moeder dat ik lang niet liggend mocht slapen, vanwege de slokdarmklachten die ik ook had. Ik sliep dus rechtop in bed. De vraag is wat het precies met de CHD te maken heeft. Mijn ouders hebben destijds maar weinig uitleg gekregen over de aandoening.”

Normale jeugd

Maar ondanks het hectische begin van haar leven, verliep haar jeugd vervolgens vrij normaal, voor haar eigen gevoel. “Anderen begonnen weleens over het litteken op mijn buik. Ik wist ook wel dat ik een rare start van mijn leven had gehad en mijn stem is hees, dus dat viel op. Maar ik heb niet echt ervaren dat ik heel erg anders was dan andere kinderen. Mijn moeder wel. Wat emotionele draagkracht betreft, ben ik langer kind gebleven, zegt ze altijd.”

“En mijn conditie is nooit zo goed geweest. De piepjestest haalde ik altijd met de hakken over de sloot. Ik deed ook niet aan sport. Nu worden kinderen die geboren zijn met CHD juist gemotiveerd om te sporten, maar dat was toen nog niet het geval. Sowieso heb ik nooit periodieke controles gehad of een follow-up-programma gevolgd. We zijn in mijn jeugd een aantal keren verhuisd, misschien ben ik daardoor uit het beeld van het ziekenhuis geraakt.”

Impact CHD

Eigenlijk maakte haar CHD pas echt impact op haar leven toen ze 24 jaar oud was. Ze werd afgewezen voor een baan bij de Marechaussee en dus kwam er een einde aan haar bestaan als militair. “Vrij snel daarna leerde ik mijn man Ton kennen. Ik had daarvoor altijd het idee: ik blijf vrijgezel, omdat ik op uitzending wilde. Dan had je tenminste niet het gezeur dat je je vriendje ging missen.”

Door de relatie begon ze voor het eerst na te denken over kinderen — en of dat lichamelijk gezien wel mogelijk was. “Tegen mijn moeder was altijd gezegd dat ik gewoon zwanger kon worden. Maar toen de gynaecoloog mijn litteken zag, schrok ze toch een beetje. Toen heb ik geprobeerd een goed advies te krijgen, maar er was nog heel weinig bekend. Ik heb nog wel gesproken met een onderzoeker in het Erasmus die bezig was met littekenweefsel, maar ook hij wist niet wat een zwangerschap zou doen met mijn middenrif.”

Geloof

Het was mede daardoor een onzekere tijd voor Gerdien. Uiteindelijk bood haar geloof houvast. “Ik ben christelijk en geloof dat God leiding heeft over het leven. Ik heb erop vertrouwd dat het goed zou komen. En dat als het niet zou kunnen, ik niet zwanger zou worden. Maar dat gebeurde wel, zelfs tot twee keer toe. Na twee dochters hebben we alleen wel besloten het daarbij te houden en niet het risico te lopen dat bij nog een zwangerschap iets mis zou gaan, want je moet wel voor die twee kunnen blijven zorgen.”

De geboorte van haar dochters waren prachtige momenten in een periode die verder vooral vervelend was, doordat Gerdien continu worstelde met haar gezondheid. De ziekte van Pfeiffer zat haar lang dwars. Ook de zwangerschap ging niet over rozen. Door de groei van de buik, is de maag door het middenrif geduwd. Daar heeft ze lichamelijk nog een tijd last van gehad. En doordat ze een recidief had, zo bleek later, ging eten lange tijd moeizaam, waardoor ze heel snel vermoeid was en werken steeds lastiger ging. “Eigenlijk ben ik nooit meer de oude geworden. Ik heb wel periodes gehad dat ik dacht bijna weer de oude te zijn, maar zo ver kwam het telkens niet.”

Carrière: van tandartsassistente tot boerin

Dat had ook invloed op haar carrière. Ze had allerlei banen, van tandartsassistente tot facilitair medewerker bij een ggz-instelling, maar mede door haar gezondheidsklachten hield ze het niet altijd lang vol. Ook werkte ze een tijd op de melkveehouderij, die ze samen had met haar man. “Zeven jaar geleden hebben we die moeten verkopen. Dat was heel moeilijk. Ton was de derde generatie en zijn vader woonde ook bij ons op de boerderij. Het idee was dat we zouden uitbreiden, maar doordat de regels veranderde, kon dat niet meer. Daardoor kwamen we in de rode cijfers terecht. Dan moet je gaan verkopen, anders doet de bank het.”

Gelukkig

Ze heeft dus, ondanks dat ze pas 43 jaar is, een turbulent leven achter de rug. Toch is er geen spoortje twijfel te bekennen in haar stem als haar gevraagd wordt of ze gelukkig is. “Ja”, reageert ze stellig. “Natuurlijk heb ik weleens mindere dagen. Maar ik kan goed mijn verwachtingen bijstellen. Ik heb bijvoorbeeld lang motor gereden, alleen gaat dat niet meer. Ik mis het enorm, maar het is wat het is. Dan kijk ik wat wel kan. Ik geniet nu van de leuke dingen die ik kan doen met mijn gezin. En ik zoek uitdagingen in andere dingen. Vanwege de vermoeidheidsklachten zit ik veel op de bank, dus heb mezelf leren breien. Via internet volg ik een cursus Duits en daarnaast lees ik veel.”

Steun PlatformCHD

Deel deze pagina